Deze herbaria komen uit de collectie van het Nationaal Herbrium Nederland onderdeel van Naturalis. De Japanse herbaria kreeg Philipp Franz von Siebold (1796-1866) tijdens zijn verblijf op Deshima in Japan tussen 1823 en 1830. De herbaria markeren de start van de moderne Europese botanie in Japan.

Collectie herbaria van het Nationaal herbarium Leiden

Tijdens de eerste fase van de restauratie zijn 25 Japanse boekherbaria gerestaureerd. Philipp Franz von Siebold (1796-1866) kreeg ze tijdens zijn verblijf op Deshima in Japan tussen 1823 en 1830 van zijn Japanse collega’s en studenten. De herbaria markeren de start van de moderne Europese botanie in Japan. Dergelijke objecten zijn dus belangrijk onderzoeksmateriaal voor degenen die de flora van Japan of de relatie tussen Japanse wetenschappers en de Nederlanders op Deshima willen bestuderen.

The Leiden branch of the National Herbarium of the Netherlands (NHN), formerly the Rijksherbarium, houses many important botanical collections. One of these is a 19th century collection of Japanese plants, generally referred to as the “Siebold” collection. The plants belonging to this collection were gathered during a period in which Japan was still closed to all western nations except the Netherlands. A considerable number of the ca. 12,000 specimens, which include phanerogams as well as cryptogams, were brought together by the famous German physician P.F. von Siebold (1796-1866). In 1823 the Government of the Dutch East Indies sent him to Japan as the physician of the factory on Deshima, an artificial island in the Bay of Nagasaki. He also had the task of collecting information about the various aspects of Japan.
Von Siebold thought himself very lucky to go to Japan. Almost nothing new had been learned about the Japanese flora since the publication of Thunberg’s Flora Japonica in 1784. For Von Siebold this meant that there were many opportunities to make new discoveries. Even before he arrived on Deshima, he planned to describe the fauna and flora of Japan as completely as possible and to collect all the species to be found there. In 1823 he wrote that he would not leave Japan before he had collected all the material needed for the preparation of a Flora Japonica (Schmid,1942).*

De planten zijn op verscheidene manieren op de pagina’s vastgezet. Door het buigen van de bladen bij het omslaan is plantmateriaal losgeraakt en afgebroken. Dit losliggende plantenmateriaal is weer terug gebracht op de oorspronkelijke plaats.
De restauratiehandelingen waren droogreinigen, vastzetten van planten en plantenresten, uitgesneden stukken uit pagina’s herstellen en de boekbanden verstevigen.
In de delen van de Kaiso serie waren vroeger veel planten verwijderd door ze met papier en al uit te knippen. Het boekblok was hierdoor instabiel geworden, vooral bij het omslaan van de pagina’s. Alle uitgeknipte stukken zijn ingestukt met Japans papier en vastgezet met stijfsel.
Door de conservering zijn deze unieke herbaria weer voor wetenschappelijk botanisch onderzoek en voor tentoonstellingen beschikbaar.

De tweede fase
In de tweede fase zijn 11 boeken behandeld en geborgen in dozen. Onder deze boeken bevonden zich een deel van het tweedelig 17de eeuws herbarium met Ceylonese planten van de VOC arts P. Hermann, het enige herbarium in Nederland met een relatie tot de VOC.  Ook zat er een meerdelig herbarium van de 18de eeuwse legerarts d’Oignies tussen. De planten in dit herbarium zijn gemonteerd in gravures van tuinvazen. De herbaria zijn weer raadpleegbaar voor wetenschappelijk onderzoek en kunnen geëxposeerd worden.

Veel boeken in het Nationaal Herbarium zijn in het verleden met kwikchloride behandeld om insectenvraat en schimmel tegen te gaan. TNO heeft in het atelier metingen verricht en er is geen sprake van meetbare kwikuitdamping.
De boeken zijn gedroogreinigd. Leren kappen, gescheurde buitenscharnieren, naaisel en bladen gerestaureerd. Losse plantenresten zijn vastgezet met stijfsel, mixlijm (reversibele EVAc en methylcellulose) of gelatine en in enkele gevallen zijn niet-terugplakbare bladresten in kleine envelopjes gestoken.

De derde en laatste fase
In de laatste fase werd het mogelijk oudste nog bestaande herbarium ter wereld, het zgn. En tibi herbarium, gerestaureerd. Ook de 16de eeuwse herbaria van de Duitse arts Rauwolff en 17de eeuwse herbaria van de Leidse apotheker Gaaymans met planten uit de Leidse Hortus werden gerestaureerd. Dit laatste herbarium heeft een grote rol gespeeld in de reconstructie van de Clusiustuin in Leiden. Verder zijn nog herbaria met grassen en korstmossen en het oudste herbarium met planten uit Suriname behandeld.
De boeken zijn gereinigd met roetspons en kwast en losse plantendelen zijn vastgezet. Losse plantenresten waarvan niet bepaald kon worden waar ze teruggeplaatst moesten worden, zijn tussen handgeschept papier gelegd en op de vindplaats bewaard.
Kapotte bladzijden zijn gerepareerd met Japans papier en ezelsoren zijn gevlakt. Van de banden is waar nodig de constructie hersteld. Scheuren en gaten in de bandbekleding zijn aangevuld met leer of Japans papier.
Alle herbaria zijn geborgen in op maat gemaakte overslagdozen van conserveringskarton (Pyxis van Schrijen boekbinders) of in linnen beklede overslagdozen (Mooie Boeken, Pau Groenendijk). Hierdoor zijn de boeken beschermd tegen stof en zijn ze beter te hanteren. De dozen dempen ook klimaatschokken. Van alle gebruikte materialen en hulpstoffen is naam, receptuur en leverancier in een verslag vastgelegd.

* overgenomen uit: G. Thijsse “The Siebold Herbarium” 2004